Terugblik – Internationaal symposium Generation Beta
- 15/09/2026
- Fysiek symposium
- LocHal Tilburg
- Onderzoekers, beleidsmakers en -medewerkers van overheidsinstellingen, jeugdgezondheidszorg, GGD, basisonderwijs, kinderopvang en branche-verenigingen
Op de bijzondere locatie van de LocHal in Tilburg organiseerden Fontys Hogeschool, de Haagse Hogeschool en Maastricht University, het internationale symposium
Generation Bèta: Een actieve basis voor een nieuwe generatie.
Actieve kinderen. Zo vanzelfsprekend.
Professionals uit onderwijs, kinderopvang, onderzoek, gemeenten, kennisorganisaties en andere betrokken partijen kwamen samen voor dit internationale symposium.Onder leiding van dagvoorzitter Steven Vos werd het symposium afgetrapt door Linda Hendriks, directeur van het Fontys-instituut Sport en Bewegen. Hendriks benadrukte het belang van bewegen én de diversiteit aan actoren die dat met zich meebreng. Want als we willen dat goed en voldoende bewegen van jongs af aan vanzelfsprekend wordt, vraagt dat om verbinding tussen de verschillende domeinen en professionals rondom het kind.
Bewegen normaliseren
Een belangrijke lijn die zichtbaar werd gedurende het symposium is: bewegen niet toevoegen als losse activiteit of interventie, maar verweven in de dagelijkse omgeving waarin kinderen opgroeien, spelen en leren.
Vanuit onderzoeksprojecten Actief Fundament en PA SCAN lichtte Fontys-lector Dave Van Kann toe hoe belangrijk het is om kinderen van jongs af aan kansen te geven om goed én voldoende te bewegen. En juist bewegen ook te zien als middel om kinderen te ondersteunen in hun bredere ontwikkeling; bewegen als de normaalste zaak van de wereld. Klik hier voor Van Kann’s presentatie.
De omgeving én de professional doen ertoe
De internationale sprekers uit Noorwegen, professor Eivind Aadland en associate professor Katrine Nyvoll Aadland, benadrukten dat samenwerking en co-creatie tussen onderzoek en praktijk essentieel zijn om oplossingen te ontwikkelen die daadwerkelijk betekenis krijgen in de dagelijkse praktijk. Aan de hand van onderzoek naar diverse speelomgevingen lieten beiden zien dat alleen het veranderen van de fysieke omgeving niet voldoende is. En met name de pedagogische professionals die dagelijks met kinderen werken moeten worden meegenomen. Aadlands presentatie vind je hier.
Gezond opgroeien vraagt om een brede blik
Universitair hoofddocent Jessica Gubbels verbreedde het perspectief van bewegen om een gezonde ontwikkeling mogelijk te maken naar andere factoren zoals slaap, voeding, schermgebruik en ook de belangrijke rol die ouders hierin spelen. Gedragingen die nauw met elkaar samenhangen waarin de ouders belangrijke aanjagers van gezonde gewoontes zijn voor het jonge kind maar ook voor zichzelf in het gebruiken van zogeheten feedbackloops.
Vanuit het Mooi In Beweging-project ASAS benoemde Gubbels ook de belemmeringen en verschillende praktische uitdagingen in het dagelijkse leven, waardoor dit niet of onvoldoende lukt. Haar afsluitende boodschap was dat je al heel vroeg een goede basis kunt leggen voor bewegen bij het jonge kind, en waar je ouders kunt helpen en ondersteunen om makkelijker gezonde keuzes te maken. Dit vraagt om een systeemaanpak en samenwerking over domeinen heen.
Klik hier voor Gubbels’ presentatie
Postdoctoraal onderzoeker Eline Coppens bevestigde deze afsluitende boodschap en richtte zich op het thema motorische ontwikkeling van jonge kinderen (0 tot 3 jaar), waar nog beperkte kennis over is. Daarbij gaat het niet alleen om hoeveel kinderen bewegen, maar juist om de kwaliteit van bewegen. In de eerste levensjaren is daar nog veel winst te behalen. Professionals in de kinderopvang hebben niet altijd voldoende kennis, ruimte of handvatten om motorische ontwikkeling gericht te ondersteunen. Door opgedane ervaringen is Coppens dichter bij de praktijk gaan staan en meer vanuit een holistisch perspectief gaan onderzoeken hoe jonge kinderen zich motorisch ontwikkelen en hoe ouders en professionals hen daarin kunnen ondersteunen, via het project 1-2-3 MOVE!. Juist alledaagse momenten bieden volop kansen om bewegen en motorische ontwikkeling een vanzelfsprekend onderdeel van de dag te maken. Meer informatie vind je op www.123move.be.
Van inzicht naar actie en systeemverandering
We weten steeds meer over de actoren en factoren die bewegen beïnvloeden. Maar de volgende vraag is minstens zo belangrijk: hoe maken we de vertaalslag van inzicht naar actie en uiteindelijk naar systeemverandering? In de laatste bijdrage van hoogleraar en lector Sanne de Vries stond daarom een systeemaanpak centraal. In het MOOI In Beweging-project ACT2ACT worden vanaf het begin verschillende betrokkenen samengebracht in Communities of Practice en krijgen ook kinderen zelf een stem. Wat vinden zij fijne plekken om te bewegen? Waar lopen gezinnen en professionals tegenaan? En wat helpt juist wel?
Daarbij wordt verder gekeken dan individueel gedrag. Belemmeringen kunnen bijvoorbeeld zitten in tijd, kosten, de inrichting van de omgeving of bestaande regels en structuren. Dat vraagt om oplossingen op verschillende niveaus: thuis, in kinderopvang en onderwijs, in de openbare ruimte én in beleid. De kern: niet alleen vragen of kinderen meer willen bewegen, maar de omgeving en het systeem zo organiseren dat bewegen makkelijker en vanzelfsprekender wordt. De presentatie van de Vries vind je hier.
Samen bouwen aan een actieve nieuwe generatie
De middag liet zien dat er niet één oplossing is. Wat werkt, hangt af van de context en vraagt om samenwerking tussen kinderen, ouders, professionals, onderzoekers, beleidsmakers en andere betrokkenen. Van ‘goed leren bewegen’ tot gezonde gewoontes en van de inrichting van een speelplek tot beleid: uiteindelijk grijpt alles in elkaar.
Actieve kinderen. Niet als uitzondering, maar als vanzelfsprekendheid.
Wie waren de sprekers?

Dave Van Kann
Dave Van Kann, lector ‘Leren Bewegen in en rondom de School’ bij Fontys Hogeschool, richt zich met zijn onderzoeksgroep (Move to Be) o.a. op het creëren van systemen op scholen en in kinderopvang waarin bewegen als basisvoorwaarde wordt geïntegreerd in dagelijkse routines van onderwijs- en opvangsetting.

Sanne de Vries
Sanne de Vries, hoogleraar aan het LUMC en lector aan de Haagse Hogeschool, richt zich op lichamelijke activiteit bij kinderen en het ontwikkelen van evidence-based interventies.

Eline Coppens
Eline Coppens, postdoctoraal onderzoeker aan UGent en VUB, bestudeert de motorische ontwikkeling van jonge kinderen en werkt aan het creëren van rijke beweegkansen thuis en in de kinderopvang. Ze coördineert het 1‑2‑3‑MOVE!-project, waarin via co‑creatie met ouders, professionals en opvangpartners wordt ingespeeld op een zorgwekkende verschuiving in motorische ontwikkeling.

Jessica Gubbels
Jessica Gubbels is universitair hoofddocent bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. Haar onderzoek richt zich op leefstijlgedrag, waaronder beweging, van jonge kinderen en hun omgeving, met aandacht voor ouders en kinderopvang.

Eivind Aadland
Eivind Aadland is professor Sportwetenschappen en hoofd van de onderzoeksgroep Fysieke Activiteit en Publieke Gezondheid bij Western Norway University of Applied Sciences in Sogndal, Noorwegen.
Vragen? Neem contact met ons op
Heb je nog vragen naar aanleiding van dit event? Dan helpen we je graag verder. Vul het contactformulier in en we komen zo snel mogelijk bij je terug.