Master in het vakgebied

De master Sport- en Bewegingsonderwijs bestaat twaalf-en-een-half jaar op Fontys Sport en Bewegen en is sinds 2016 toegespitst op het vak lichamelijke opvoeding. Jaarlijks zijn maximaal dertig plekken beschikbaar op deze deeltijdopleiding. “Elke vrijdag voelt voor de studenten als een feestdag,” aldus Dave Van Kann op basis van de ervaringen bij deze zeer hoog gewaardeerde masterstudie. De masterstudenten zijn via een master nog trotser op het vakgebied.

Dave Van Kann, 37 jaar en woonachtig in het Limburgse Beek is opleidingscoördinator van de master Sport- en Bewegingsonderwijs bij de Fontys Sport en Bewegen. Vanaf 1 april aanstaande wordt hij ook lector ‘Move to Be’ bij diezelfde onderwijsinstelling. Onder meer het onderzoek naar beweeggedrag van jonge kinderen in en rondom basisscholen heeft zijn grote interesse. Van Kann houdt een zeer warm pleidooi voor de masterstudie: “Het is heel mooi om onze professionals zo goed mogelijk handvatten te bieden om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken op het gebied van sport en bewegen.”

Lector

Voordat Van Kann vertelt over de masteropleiding en het project Keigaaf, is er de actualiteit. Van Kann begint namelijk per 1 april als tweede lector op ‘Move te Be’. Hij wordt een directe collega van Steven Vos. “We zijn bij Fontys Sport en Bewegen steeds verder gegroeid als lectoraat Move to Be en hebben de ambitie om nog meer impact op de praktijk te hebben. We blijven één lectoraat, maar ik zal me als tweede lector gaan bezighouden met voornamelijk het kennisthema ‘leren bewegen’. Gezamenlijk pakken we de beweegvriendelijke omgeving op en Steven Vos blijft verantwoordelijk voor het derde kennisthema, actieve leefstijl.”

Als interne kandidaat voor de nieuw in te vullen vacature is Van Kann natuurlijk op de hoogte van ‘het huis’ en de structuur van het lectoraat. “Dus ik weet wat de ambities zijn,” verduidelijkt Van Kann. “Maar tegelijkertijd zal ik ook frisse blik moeten zien te houden. We zullen wellicht ambities moeten bijstellen of de blik verbreden. De focus komt in ons vakgebied op een steeds jongere leeftijdsgroep kinderen te liggen. Formeel start ik 1 april en we gaan samen kijken hoe we die puzzel kunnen leggen. De nadere doelstellingen zullen duidelijk worden tijdens de lectorale rede.”

Keigaaf

Het project Keigaaf draaide op acht interventiescholen in Eindhoven met controlescholen in een andere regio in het kader van een effectstudie. “Het is een prachtig voorbeeld van zichtbare impact die het lectoraat en de master hebben gehad. Keigaaf is een integrale veranderaanpak op het gebied van bewegen en gezonde voeding, in nauwe samenspraak met basisscholen. Er wordt gestreefd naar een duurzame invulling van het hele brede thema, waarbij er op elke school afzonderlijk wordt ingespeeld op de lokale context. De input van scholen, leerkrachten, leerlingen, ouders, wijkvertegenwoordigers en jeugdwerkers komt daarin naar voren tijdens alle fases van het traject.”

Er wordt gestreefd naar impact op de korte, maar vooral ook de langere termijn. “Daarbij hebben we goed gekeken naar ‘waar ligt de vraag’ en ‘wat gebeurt er al’. Vervolgens zijn er slimme keuzes gemaakt in de volgorde van de aanpak. Het is dus geen ‘one size fits all’, maar een duidelijke afstemming tussen wetenschap en de dagelijkse praktijk. We zien dat het ook daadwerkelijk effect oplevert. Er is een trendbreuk gerealiseerd in de afname van beweeggedrag op de bewuste scholen. En we hopen nu dat het extra navolging krijgt in extra subsidiemogelijkheden en vervolgonderzoek. In Maastricht zijn deze uitgangspunten al in de methodiek verankerd die gemeentebreed bij kindcentra wordt uitgedragen.”

Van Kann ziet graag dat het gedachtengoed nog veel breder zal worden uitgedragen, nu het effect aangetoond is. “Het belangrijkste element is de samenhang tussen bijvoorbeeld het bewegingsonderwijs, de pauze of het bewegend leren. Het moet op elkaar ingrijpen en de rol van de betrokkenheid van leerkrachten en ouders is groot. Zij moeten zich vooral bewust zijn van hun rol in het geheel en onderdeel zijn van de aanpak. De plekken waar het lukt om samenhang in de aanpak te creëren, is het effect zichtbaar. Voor je zover bent, is onderling vertrouwen nodig tussen alle samenwerkingspartners.”

Master

Van Kann ziet professionals binnen het domein sport en bewegen graag een vervolgopleiding doen en daarvoor is de master Sport- en Bewegingsonderwijs een uitgelezen plek. “Er liggen veel maatschappelijke uitdagingen op het gebied van bewegen, bewegingsarmoede, de totale motorische ontwikkeling en het vakgebied van lichamelijke opvoeding. Een bachelor richt zich daarbij vooral op het vakdidactisch handelen, maar een master belicht weer de processen daarboven. Hoe verbeter je het curriculum van de LO, ontwikkel je zinvolle beweegprogramma’s en hoe zoek je de verbindingen naar buiten. Voorwaarden voor studenten zijn onderzoekend vermogen en het kritisch naar de eigen beroepscontext te kunnen kijken. Hoe ziet die wereld buiten de gymzaal eruit, wat is de behoefte van jouw populatie op school en hoe maar je optimaal gebruik van die omgeving. Afgestudeerden worden op die manier verbindingsprofessionals en tillen het bewegingsonderwijs op een onderbouwde manier naar een hoger plan.”

De opleiding in Eindhoven kent in Groningen een zusteropleiding, in Zwolle is een soortgelijke master en bij de HAN is er master die zich op een combinatie tussen de ALO en sportkundige richt. “Een master speciaal voor het vakgebied van de lichamelijke opvoeding bestaat nog niet zo lang. We waren in 2009 de eerste op dit gebied en richten ons sinds 2016 vooral op het vak van lichamelijke opvoeding. Een vakgebied waar de maatschappelijk blik nogal eens op gericht is en waar complexe vraagstukken worden neergelegd. De masteropleiding zorgt ervoor dat de professionals uiteindelijk gerichte zaken in de praktijk kunnen doorvoeren en verbeteren. Ze groeien vaak door naar coördinerende functies als teamleiders, vaak in combinatie met een uitvoerende taak. Want bij het bewegen zelf ligt meestal nog steeds ook de passie. Uiteraard is er ook de richting van het echte onderzoek en promoveren er uiteindelijk studenten. Maar dat is geen doel op zich. De meesten ontwikkelen een product dat hen helpt in hun eigen dagelijkse praktijk en impact heeft op het leven van kinderen.

Excellent Instromers zijn veelal personen met een bachelor ‘ALO’ of PABO met de aantekening vakbekwaam bewegingsonderwijs, werkzaam in het onderwijs of bij gemeentes. “Meestal is de groepsgrootte zo’n twintig studenten en we hebben maximaal plek voor dertig personen. Iedereen die de opleiding doorloopt, is na afloop in staat verandering in de praktijk te brengen. Het geeft de studenten veel voldoening. Onlangs kwam er een student met de prachtige constatering dat zij ‘de liefde voor haar vak had hervonden’. Dat is waar we het allemaal voor doen. Het is een inspirerende masterstudie die het carrièreperspectief verbreed. Of die het mogelijk maakt om na een actieve loopbaan als vakdocent nog steeds impact te realiseren. Zonder uitzondering zijn mensen na afloop trotser op hun vakgebied en geven ze zichzelf en hun omgeving een enorme boost.”

Via een master nog trotser op het vakgebied